Een massaal experiment waarin meer dan honderd ontwerpers hun gedachten over de toekomst van het wonen de vrije loop kunnen laten, is mooi als statement, maar minstens zo waardevol als graadmeter voor de ideeën binnen een vakgebied. Daarom zag het Ministerie zich genoodzaakt een Dienst Analyse en Reflectie op te richten, om de grote optelsom te maken en een doorsnede te trekken.

Met een diagnosedocument van het Ministerie van Maak en een potlood in de hand liepen 25 leden van POLIS, de studievereniging voor masterstudenten Urbanism en Landscape Architecture aan de TU Delft, rond om te turven, te kijken en te analyseren. Hieronder vier opvallende uitkomsten en één afsluitend advies aan de politiek.
1. Woningambities

Bij elkaar opgeteld leverden de ontwerpen ruim 750.000 nieuwe woningen op. Dat is minder dan het beoogde miljoen, maar het verschil kwam vooral voort uit discussies binnen de teams over de noodzaak van dat getal en over wat een plek eigenlijk aankan.
2. Hoe dan?

Projecten waarin natuur, landbouw en bosbouw worden gecombineerd, vormden samen een ruime meerderheid ten opzichte van klassieke verdichting en herontwikkeling.
3. Ruimtelijke kwaliteit?

73% van de ontwerpen heeft een hoge tot zeer hoge ruimtelijke kwaliteit.
4. Maar kan het ook?

65% van de ontwerpen heeft een groot tot zeer groot ontwikkelpotentieel.
5. De lessen samengevat, in bulletpoints die elke minister begrijpt
- Spreek over één miljoen extra woonplekken in plaats van één miljoen nieuwe huizen; dat geeft meer ruimte aan de bestaande voorraad.
- De polder gaat radicaal veranderen, en dat is niet erg. (Hij wordt er mooier van.)
- Zet in op natuurgedreven plannen en biobased bouwen.
- Ontwikkel landschap, landbouw en woningbouw hand in hand. Wijs daarvoor testgebieden aan waar bestaande planningsvormen kunnen worden losgelaten.
- Architecten hebben visie. Laat ze daar iets mee doen!